+31(0)6 15 45 51 46 / 06 54 75 73 15 info@osteopathiepouwvansanten.nl

Hoeveel moet je drinken? Een praktische richtlijn voor vocht, mineralen en herstel

In deel 2 hebben we uitgelegd waarom water in het lichaam samenwerkt met mineralen. Water zorgt voor stroming, maar mineralen helpen bepalen waar dat water naartoe gaat en hoe goed het lichaam vocht kan vasthouden, verdelen en gebruiken.

In dit laatste deel maken we dat praktisch: hoeveel vocht heeft iemand ongeveer nodig, wanneer is meer nodig, wanneer kan een kleine hoeveelheid zout zinvol zijn, en waar moet je op letten?

Voldoende drinken klinkt eenvoudig, maar veel mensen drinken structureel te weinig.

Dorst werkt niet altijd zoals mensen denken. Het lichaam “vraagt” niet zomaar om water. Het registreert dat er te weinig vloeistof beschikbaar is en geeft daarop een signaal af. Dorst is dus feedback: een reactie van het lichaam op een tekort.

Drink je dan niet, dan geeft het lichaam later opnieuw een signaal. Reageer je weer niet, dan komt die dorstprikkel de derde keer niet meer. Dat betekent niet dat het vochtpeil goed is. Het betekent dat het lichaam stopt met duidelijk signaleren.

Iemand voelt dan geen dorst meer, terwijl er nog steeds te weinig vloeistof beschikbaar is. Pas wanneer iemand weer beter gaat drinken en het waterniveau opnieuw onder peil komt, kan de dorstprikkel weer terugkomen. Maar als iemand die prikkel opnieuw blijft negeren, herhaalt hetzelfde patroon zich.

Zo kan iemand jarenlang denken: “ik heb gewoon weinig dorst”, terwijl het lichaam eigenlijk al veel te lang te weinig vocht beschikbaar heeft.

Zeker ouderen voelen dorst vaak minder duidelijk. Ook bij stress, warmte, sporten, veel koffie, alcohol, veel eiwitten of veel zweten kan de vochtbehoefte hoger liggen dan iemand denkt.

Een praktische richtlijn

Een eenvoudige minimale richtlijn is:

ongeveer 30 ml vocht per kilo lichaamsgewicht per dag.

Voor een betere basis kun je vaak denken aan:

35 tot 40 ml vocht per kilo lichaamsgewicht per dag.

Dat is geen harde regel, maar een praktische streefzone.

Iemand die veel beweegt, veel zweet, veel eiwitten eet, veel stress heeft, veel koffie of alcohol gebruikt, of in warm weer werkt, heeft vaak meer vocht nodig dan iemand die rustig leeft, weinig zweet en veel vocht uit voeding haalt.

Als globale richting:

Lichaamsgewicht

Minimale richtlijn

Betere streefzone

50 kg

1,5 liter

1,75–2,0 liter

60 kg

1,8 liter

2,1–2,4 liter

70 kg

2,1 liter

2,45–2,8 liter

80 kg

2,4 liter

2,8–3,2 liter

90 kg

2,7 liter

3,15–3,6 liter

Dit gaat om totale vochtinname. Een deel daarvan komt uit voeding, vooral uit groente, fruit, soep en andere waterrijke voeding. In de praktijk betekent dit voor veel mensen ongeveer 1,5 tot 2,5 liter drinken per dag, en bij warmte, sport, zweten, veel eiwitten of veel stress soms meer.

Veel drinken zonder mineralen is niet automatisch beter. Bij sommige mensen kan dat juist leiden tot meer plassen, meer mineralenverlies en klachten die lijken op uitdroging. Daarom kijken we altijd naar water én mineralen samen.

Een goede praktische controle is:

  • een normale lichte urinekleur;
  • geen droge mond;
  • geen hoofdpijn door dorst;
  • normale stoelgang;
  • geen duizeligheid bij opstaan;
  • geen zwaar, stroperig gevoel in het lichaam.

Water werkt samen met mineralen

Water werkt in het lichaam samen met mineralen. Daarom kan het zinvol zijn om aandacht te geven aan zout en elektrolyten.

Bij voorkeur gebruik je grof Keltisch zeezout.

Een eenvoudige manier is:

’s ochtends een groot glas water met een kleine snuf grof Keltisch zeezout.

Dit hoeft geen grote hoeveelheid te zijn. Het gaat om ondersteuning van de vocht- en mineralenbalans. Zeker bij mensen die weinig drinken, snel duizelig zijn, veel zweten, veel stress hebben of zich slap voelen, kan dit een eenvoudige basisstap zijn.

Bij veel sporten, warm weer, sauna, veel zweten, veel koffie, alcohol of een eiwitrijk voedingspatroon kan een extra glas water met een kleine snuf zout zinvol zijn.

Het gaat niet om zout als los trucje. Het gaat om voldoende vocht en mineralen in verhouding tot belasting, zweten, voeding, stress en uitscheiding, zodat het lichaam beter kan stromen, geleiden en uitwisselen.

Voor veel volwassenen kan een totale zoutinname ergens rond 5 tot 10 gram per dag fysiologisch passend zijn. Dat hangt af van wie iemand is, wat iemand doet en hoe het lichaam belast wordt: warmte, zweten, sport, fysieke arbeid, stress, koffie, alcohol, eiwitinname, voeding, maag-darmfunctie, mineralenstatus, dorstgevoel, ouder worden en persoonlijke belastbaarheid.

Daarom zegt één getal weinig zonder context.

De betere vraag is:

wat heeft dit lichaam nodig om goed te kunnen stromen, geleiden, verteren, afvoeren en herstellen?

Bij baby’s, tijdens zwangerschap, bij ernstige hart- of nierbelasting, vocht vasthouden, medicatiegebruik, hoge kwetsbaarheid of complexe bestaande klachten moet je altijd individueel kijken.

Maar eigenlijk geldt dat voor iedereen.

Een lichaam is geen schema. De behoefte aan vocht en mineralen hangt af van de persoon, de belasting, de voeding, de omgeving en het herstelvermogen.

De kern

De kern blijft eenvoudig:

voldoende vocht, voldoende mineralen en voldoende beweging helpen het lichaam om beter te stromen, op te nemen, af te voeren en te herstellen.

Dit artikel is deel 8 van 8 van onze reeks “Waar klachten vaak beginnen – Basisfysiologie: vocht, mineralen en herstel”.

Samen laten deze artikelen zien waarom voldoende vloeistof, mineralen, vertering, beweging en uitwisseling zo belangrijk zijn voor herstel.

Met vriendelijke groet,

Voornamelijk René

Share This