Waarom water met inhoud?
Water is belangrijk voor het lichaam. Maar water werkt in het lichaam altijd samen met mineralen, ook wel elektrolyten genoemd. Denk aan natrium, kalium, calcium, magnesium en chloride.
Deze mineralen zorgen ervoor dat vocht op de juiste plek komt. Ze helpen bij drukverschillen, prikkelgeleiding, spierfunctie, zenuwfunctie en celwerking. Water zorgt voor stroming. Mineralen geven richting, geleiding en spanning.
Dit heeft ook te maken met osmose: de manier waarop water zich verplaatst door verschillen in concentratie tussen de binnen- en buitenkant van cellen. Mineralen helpen mee bepalen waar water naartoe beweegt.
Elke cel heeft kleine pompjes in de celwand. Die pompjes zorgen ervoor dat stoffen de cel in en uit kunnen bewegen. Vooral natrium en kalium zijn daarbij belangrijk. Dit wordt de natrium-kalium-pomp genoemd.
Die pomp helpt de cel om spanning, opname, afgifte en herstel goed te regelen. Natrium zit vooral buiten de cel. Kalium zit vooral binnen de cel. Dat verschil is belangrijk voor de elektrische spanning van de cel. Zonder die spanning kan een cel minder goed reageren, minder goed opnemen en minder goed afgeven.
Ook zenuwen en spieren zijn afhankelijk van mineralen. Een zenuw geeft signalen door via kleine elektrische veranderingen. Spieren hebben mineralen nodig om aan te spannen én weer te ontspannen. Wanneer de vocht- en mineralenbalans minder goed is, kunnen spieren sneller gespannen blijven, sneller verkrampen of stijver aanvoelen.
Calcium speelt daarbij ook een belangrijke rol. Calcium is niet alleen belangrijk voor botten. Het is ook een boodschapper in cellen. Cellen gebruiken calcium om signalen door te geven. Daardoor kan een cel reageren op prikkels van buitenaf.
In het lichaam bestaan ook allerlei prikkelkanalen. Dat zijn kleine doorgangen in cellen die reageren op rek, druk, temperatuur, pijn, ontsteking of chemische prikkels. Deze prikkelkanalen worden ook wel TRP-kanalen genoemd. Ze helpen het lichaam reageren op bijvoorbeeld rek, druk, temperatuur, pijn en chemische prikkels.
Ook daarvoor zijn mineralen zoals natrium, kalium en calcium belangrijk. Ze helpen het lichaam om prikkels goed te voelen, te verwerken en erop te reageren.
Daarom is alleen veel water drinken niet altijd genoeg. Als iemand veel drinkt, maar weinig mineralen binnenkrijgt, kan het lichaam dat water minder goed vasthouden en verdelen. Dan blijft de uitwisseling alsnog minder goed.
Sterker nog: bij veel water zonder voldoende mineralen kan iemand juist meer zouten en mineralen uitspoelen. Dan lijkt iemand goed te drinken, maar wordt de vocht-mineralenbalans toch zwakker.
Daardoor kan het tegenovergestelde gebeuren van wat iemand probeert te bereiken. Klachten kunnen toenemen, zoals meer dorst, vaker plassen, duizeligheid, slapte, hoofdpijn, spierkramp, onrust, droge mond of andere uitdrogingsachtige signalen. Niet omdat water slecht is, maar omdat water in het lichaam mineralen nodig heeft om goed te kunnen werken.
Niet elk zout is hetzelfde
Daarbij is zout niet zomaar zout.
Fijn geraffineerd of gejodeerd tafelzout is niet hetzelfde product als grof Keltisch zeezout. Geraffineerd zout is sterker bewerkt en kan toevoegingen bevatten. Grof Keltisch zeezout is ongeraffineerd, vochtiger, grover van structuur en bevat naast natriumchloride kleine hoeveelheden natuurlijke mineralen.
De hoofdrol blijft natrium en chloride. Die zijn belangrijk voor vochtverdeling, maagzuurvorming, prikkelgeleiding en de spanning rond cellen. Maar de vorm, bewerking en mineraalcontext zijn niet hetzelfde.
Daarom maken wij onderscheid tussen bewust gebruikte mineralen in water en verborgen zout uit gefabriceerde voeding.
Een goede basis bestaat dus uit voldoende vocht én voldoende mineralen.
Wat betekent dit praktisch?
Voor veel mensen begint de basis eenvoudig: voldoende drinken en zorgen dat het water ook mineralen meekrijgt.
Een praktische ondergrens is ongeveer 30 ml vocht per kilo lichaamsgewicht per dag.
Voor een betere basis kun je vaak denken aan 35 tot 40 ml vocht per kilo lichaamsgewicht per dag, afhankelijk van warmte, beweging, zweten, stress, koffie, alcohol en hoeveel eiwitten iemand eet.
Water werkt beter wanneer er ook mineralen beschikbaar zijn. Daarom kan het zinvol zijn om bijvoorbeeld in de ochtend te beginnen met een groot glas water met een kleine snuf grof Keltisch zeezout. Dat hoeft geen grote hoeveelheid te zijn. Het gaat erom dat het lichaam vocht beter kan vasthouden, verdelen en gebruiken.
Bij veel zweten, sporten, warm weer, sauna, veel stress, veel koffie of alcohol kan een extra glas water met een kleine snuf zout zinvol zijn.
Het gaat niet om zout als los trucje. Het gaat om voldoende vocht en mineralen in verhouding tot belasting, zweten, voeding, stress en uitscheiding, zodat het lichaam beter kan stromen, geleiden en uitwisselen.
Bij baby’s, tijdens zwangerschap, bij ernstige hart- of nierbelasting, vocht vasthouden, medicatiegebruik, hoge kwetsbaarheid of complexe bestaande klachten moet je altijd individueel kijken. Maar eigenlijk geldt dat voor iedereen: een lichaam is geen schema.
In deel 8 werken we de praktische drinkrichtlijn verder uit.
Slot
Water alleen is dus niet genoeg. Het lichaam heeft mineralen nodig om vocht vast te houden, te verdelen en te gebruiken. Pas wanneer water en mineralen samenwerken, kan de cel beter opnemen, afgeven, geleiden en herstellen.
Deze tekst is bedoeld als algemene uitleg. Een lichaam is geen schema. Bij baby’s, zwangerschap, medicatiegebruik, ernstige klachten of bestaande hart-, nier- of andere aandoeningen moet altijd individueel gekeken worden wat passend is.
Dit artikel is deel 2 van 8 van onze reeks “Waar klachten vaak beginnen – Basisfysiologie: vocht, mineralen en herstel”.
In het volgende deel leggen we uit waarom maagzuur, stress en ouder worden zo’n grote invloed kunnen hebben op vertering en opname.